Jury

Onze wijze professionele jury bestaat uit volgende prominenten:

  • Dirk Zoete

In zijn tekeningen, toont Dirk Zoete (°1969) theatrale podia waarop huizen of schepen oprijzen. Deze constructies bestaan uit verschillende verdiepingen waarop huizen, objecten en mensen zijn geplaatst die van het systeem deel lijken uit te maken. De menselijke figuren zijn op een rudimentaire manier voorgesteld, zoals poppen of vogelverschrikkers, naar de wereld kijkend vanuit een observatiepost. De architecturale uitvindingen en arken lijken gigantisch, maar tegelijkertijd schattig verkleind door de theatrale setting.

Het systeem van huizen, schepraden, stallen, mensen en dieren die terug te vinden zijn in de meeste werken, wijzen op een verlangen naar een eenvoudige, coherente wereld waarin de mens zelfvoorzienend is. Dirk Zoete werkte ook op dit thema in een schaalmodel van een circulair huis dat tegelijkertijd dienst doet als een studio, een thuis en een boerderij; de ideale plaats voor een artiest om een zelfvoorzienend leven te leiden. In andere tekeningen overheerst het theatrale, met figuren die lijken op een harlekijn op een podium of paradewagens die door het beeld rijden. Er is een referentie naar de Bauhaus-kledij en de constructivisten, maar ook naar het carnevaleske en groteske dat zo een sterke traditie heeft in België met kunstenaars zoals James Ensor en Felicien Rops.

  • Cathérine Verleysen

Tijdelijk directeur Museum voor Schone Kunsten (MSK) Gent.

  • Ronny Delrue

Ronny Delrue (°1957) debuteerde in de jaren tachtig en startte met de wildheid eigen aan het toendertijdse schilderen. Dit neo-expressionisme combineerde in feite de ruwheid van de zegging van het oude Duitse expressionisme en de eraan verbonden vervormingen met de losheid in de pols van het abstracte expressionisme dat vlekken niet schuwde maar plastisch verheerlijkte. Verf laat sporen na die niet uitgewist moeten worden, maar verwijzen naar het maakproces. Dit is zeer zichtbaar in zijn reeks Ontmoetingen. Bijzonder veelkleurig botsen monden spetterend tegen elkaar, ongebreideld gecontroleerd door vurige ogen. De drager, doorgaans papier, werd eerst verfrommeld om de kwetsbaarheid te verhogen. Het papier heeft dus geleefd vooraleer als drager te dienen.

Begin de jaren negentig krijgt zijn oeuvre een wending. Wildheid wordt soberheid zonder krachtverlies. Veelkleurigheid evolueert tot grijsvarianten met wisselende kleurschakeringen. Het gelaat versombert. Het wezen wordt afwezigheid. Delrue schildert aangezichten die weggeschilderd zijn. Zijn figuren zijn gedoodverfd. Ruwe schetsen die op verdere voltooiing wachten. Het blijkt echter wachten op Godot. De trekken van het gelaat zijn verdwenen, verdreven. Hier en daar duikt een orgaan op als spoor van de oude functie: mond, neus, oog. Alles is wezenloos geworden.

Men zou kunnen stellen dat het hoofdmotief van Ronny Delrue het spel is van indringen en afstoten, tussen pijl en schild. Zijn reeks Gesprekken draait om het oog. Het oog dat spreekt, ook als de mond zwijgt. De blik die indringt, aftast, zich laat bekijken, binnendringen. De weg naar de psyche, het gemoed en zijn gesteltenissen en ongesteldheden. Die ogen zijn blinde muren geworden. Maar de gemoederen zijn niet bedaard. Alles zit met vulkanische kracht binnenin, klaar om uit te barsten. Dit is ook het dagboekgehalte van zijn tekeningen. Zijn oeuvre gaat niet over de buitenwereld, maar over deze van binnen, die er moet in slagen deze van buiten volgens een verdraagbaar ritme binnen te loodsen. In zijn dagboektekeningen toont Delrue ons hoe deze versluiering bij hem gebeurt. Maar zijn oeuvre is niet strikt autobiografisch. Er zit veel empathie in verwerkt. Vooral met een bepaalde groep mensen, nl. zij die het ritme van de vloed van buiten naar binnen en vice versa niet gevonden hebben wegens een verstoorde sluis. De psychiatrische patiënten die uitgesloten worden door diegene die dwangmatig gedrild het binnen-buitenritme aanvaard hebben. Wie is de gek? Vandaar dat de wezenloze gedaanten van Delrue veel met psychische pijn te maken hebben. Hij toont ze ons vol inleving.

Zijn werk verwijst ook naar het gelaat als drager van de voorlopige identiteit. Elk gelaat is een masker dat niet het ‘echte’ gezicht verbergt, maar een ander masker. Door het vervagen van de gelaatstrekken poogt Delrue te ontsnappen aan dit verstoppertje spelen. Hij toont de mens in zijn overeenstemmende naaktheid.

.

  • Marie Cloquet

Het werk van Marie Cloquet (°1976) is telkens een uitdaging tot een mentaal avontuur, zowel voor zichzelf als voor de toeschouwer. Haar oeuvre bouwt ze op aan de hand van collages, installaties, fotografie en video. Reizen naar alle hoeken van de wereld zijn meestal een vertrekpunt voor haar werk, maar evengoed ook de notie van eenzaamheid en het zich terugtrekken uit de drukte. Vaak komen schuilstructuren die gemaakt zijn met recuperatiemateriaal terug in haar werk, als metafoor voor de chaos van het leven en de nood aan een beschermende structuur.

  • Philippe Van Cauteren

Philippe Van Cauteren (°1969 ) is artistiek directeur van het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (S.M.A.K.) te Gent sinds 2005.

Van Cauteren studeerde eerst sociologie en pas daarna kunstgeschiedenis.
Wat hij echt wou was in de nabijheid zijn van kunstwerken en van kunstenaars. Als student heeft hij in het museum alles gedaan: barman, toezichter, opbouwer.

Tussen 1993 en 2000 werkte hij samen met Hoet aan grote projecten zoals “Over the Edges”. Hij ziet Jan Hoet als zijn mentor en leermeester.
Daarna vertrekt Van Cauteren naar het buitenland, eerst naar Hamburg. Verder werkte hij als freelance curator in Duitsland, Chili, Mexico en Brazilië.
Zijn hart gaat uit naar kunst die inspeelt op wat er in de samenleving aan de hand is.

In 2004 werd hij gevraagd om naar Gent terug te keren en het S.M.A.K. te gaan leiden.
Zijn eerste bekommernis was om contacten te leggen met locale en nationale museumdirecteuren en om netwerken op te bouwen voor internationale coproducties van tentoonstellingen.

Van Cauteren wil vooral kansen bieden aan kunstenaars. Het publiek wil hij niet bij de hand nemen. Het publiek mag zich vragen stellen, mag twijfelen en zelf in dialoog gaan met het kunstwerk.